Als je slaapt, kan ik uren naar je kijken

Als je slaapt, kan ik uren naar je kijken. Wat lig je daar schattig. Knuffeltje in je hand, stukje van het doekje in je mond, lekker liggend op je zij. Meteen nadat ik je op je rug in bed heb gelegd, manoeuvreer je je in deze positie en ben je vertrokken. Wat lijk je daarin op je vader.

Maar het slapen gaat de laatste tijd niet meer zo makkelijk. Ik zie je steeds vaker woelen. Vooral midden in de nacht als je om onverklaarbare redenen weer eens wakker bent geworden en het huis bij elkaar krijst. Heb je pijn? Een nare droom? We troosten je. Vaak met een beetje melk. Het schijnt er bij te horen. Sprongetje. Slaapregressie.

Ontzettend vervelend. Niet alleen voor ons – want wow, wat hakken die slapeloze nachten er in – maar ook voor jou. Als je goed hebt geslapen, glimlach je meteen en steek je je armpjes uit. Nu heb je een ochtendhumeur en baal je volgens mij dat je biologische klok er voor zorgt dat je rond zeven uur, half acht standaard wakker bent. Gelukkig zit er een ontspannen muziekje in de babyfoon, zodat we allemaal rustig wakker kunnen worden (althans, als de tijd het toelaat, want werkafspraken laten niet op zich wachten).

Als het in slaap vallen lastiger gaat, zie ik je woelen. Je draait van links naar rechts. Grijpt het ene knuffeltje. Dan weer het andere. Ligt op je rug, op je zij en dan eindig je op je buik. Net zo’n draaikont als je moeder als ze de slaap weer niet kan vatten. En dan eindig je op bijzondere wijze; vaak met je bolletje tegen het hoofdbord van het bed. Net er tegen aan of een paar millimeter afstand, zodat je ‘m eigenlijk altijd botst als je wakker wordt. Je verleggen heeft geen zin; je ligt zo weer bovenaan in het gewoel. Alsof dat een vertrouwd plekje is.

Je bent een buikslapertje. Knietjes onder je lijfje. Pamperkontje omhoog. Een houding die je als volwassene volgens mij alleen bij een lesje yoga doet. Maar zo in slaap vallen… Nee, dat lijkt mij niet comfortabel liggen. Zo nu en dan een klein snikje. Dat is rond de klok van half één en drie uur wel anders. Dan is het huis te klein. Het muziekje wil niet meer helpen. Je hebt het voor elkaar gekregen om in je slaapzak onder je dekentje uit te kruipen en zit op je knietjes voor de spijlen van je bed. Te wachten tot wij je komen troosten…

Nee, dan zijn papa en mama niet de vrolijkste. Vergelijk het met een zwaar ochtendhumeur, maar dan twee keer per nacht. Toch troosten we je met alle liefde. Bedenken een oplossing die dan past, bijvoorbeeld een flesje melk of een papje. Maar daarna leggen we je weer in je bedje. Waarna jij tevreden verder slaapt. Ik volg je dan nog eventjes, want wat lig je daar toch mooi.

Ja, dan is zo’n babyfoon met camera toch een uitkomst… en dan te bedenken dat wij dat eerst echt niet zagen zitten.

Twijfel jij over je kinderwens? Lees dan mijn boek De twijfelmoeder en praat mee in de besloten Facebook-groep Twijfel over kinderwens. Voor moeders is er een speciale groep.

januari 15, 2018 /