Invloed van kinderrijke omgeving op kinderwens

Invloed van kinderrijke omgeving op je kinderwens? Volgens het artikel in Women’s Health waar ik recent voor geïnterviewd ben, heeft je omgeving invloed op je (ontbrekende) kinderwens. Helaas schrijft de journaliste alleen maar: “Ook de directe omgeving kan helpen een kinderwens aan te wakkeren of in te dammen: hoe minder contact met baby’s, hoe minder je de wens stimuleert.” Alle reden dus om dat eens in de groep te gooien.

Vrijheid

Aan de ene kant snap ik ‘m wel. Als er nog niemand in jouw omgeving kinderen heeft, dan denk je er zelf ook minder over na. Een etentje is zo gepland en je mag dan eind twintig, begin dertig zijn: er zijn nog genoeg leuke feestjes om ieder weekend uit je dak te gaan. Citytripje maken? Geen probleem. Alleen die drukke werkagenda die kan nog wel eens voor wat problemen zorgen. Zo nu en dan zal het onderwerp kinderen zeker ter sprake komen, maar met een ‘dat komt later wel’ kom je hier als twijfelaar nog makkelijk weg. Op het moment dat je een groter huis of stationswagen koopt, zullen er al meer vragen komen. Al helemaal als jullie ook voor een huwelijk kiezen. Dan krijg je te maken met de sociale druk die ik uitvoerig in mijn boek beschrijf (waardoor je het fenomeen ook beter begrijpt; het is namelijk niet altijd verkeerd bedoeld).

Kinderen in je omgeving

Als het moment komt dat de eerste in je vriendengroep een kindje verwacht. Of een broer, zus, neef of nicht is zover, dan word je aan het denken gezet over je kinderwens. In mijn geval was mijn vier jaar jongere zusje bijvoorbeeld eerder zwanger dan ik. Dat springt in het oog. En ook in de vriendengroep waren we het laatste kinderloze stel. Op zo’n moment word je niet alleen geconfronteerd met het onderwerp (en aan het denken gezet), maar dan komen ook steeds meer vragen en opmerkingen. Dat triggerde mijn wens trouwens niet. Nee, ik ging mijn hakken juist in het zand zetten.

Confrontatie

Meer baby’s in de buurt betekende in mijn geval ook dat duidelijk werd dat ik er alles behalve handig mee ben. Gingen we op kraambezoek (dat werd gedurende onze twijfeljaren steeds minder, omdat het te confronterend was voor manlief), dan werd ik altijd wel een paar keer gecorrigeerd. Mocht ik het babytje even op schoot hebben, dan had ik het hoofdje niet goed. Mocht ik de fles geven, dan werd ik daarbij ook nog een aantal keer in de juiste houding gezet. Een luier omwisselen? Uhm.. wat is de voorkant? Hoeveel billendoekjes gebruik je daarvoor? Nee, ik ben alles behalve een natuurtalentje met kinderen. In dat geval zette de kinderrijke omgeving mij juist meer aan het twijfelen. En dan hebben we het nog niet over het gehuil en gezeur… Als je mij nu met mijn twee-is-nee zoon ziet, gaan je eierstokken ook echt niet spontaan rammelen. Wat is dat een vervelende fase zeg.

En jullie?

Ik weet niet hoe jullie dat ervaren? Een lerares die ik bijvoorbeeld tijdens de Vierdaagse van Nijmegen sprak, gaf juist aan dat ze al zoveel ellende ziet dat ze geen kinderen wil. Dus of die uitspraak in Women’s Health helemaal op gaat, dat vraag ik me af. Dit vroeg ik ook eerder in de besloten Facebook-groep (als je twijfelt over je kinderwens, klik dan hier om mee te praten) en op de TwijfelMoeder-pagina.

Foto van vriendinnen met kinderen van Shutterstock.

Twijfel jij over je kinderwens? Lees dan mijn boek De twijfelmoeder en praat mee in de besloten Facebook-groep Twijfel over kinderwens. Voor moeders is er een speciale groep.

april 26, 2019 /